Patiño / Philips IV

HR | woensdag 8 mei 2019

[bij concerten mei 2019]

Carlos Patiño (1600-1675) was een van de belangrijkste componisten onder de Spaanse koning Filips IV.

In de geschiedenislessen vroeger op school hoorde je nooit over Filips IV, noch over zijn vader en voorganger Filips III: het ging altijd uitsluitend over hun vader/grootvader Filips II, onze aartsvijand. Toch speelde ook deze Filips IV een belangrijke rol in onze vrijheidsstrijd, want hij regeerde van 1621 tot 1665 en moest dus 27 jaar lang knarsentandend aanzien (o.a. bij de Ontzetting van Bergen op Zoom o.l.v. Maurits (1622) en bij de Bevrijding van ‘s-Hertogenbosch door onze Stedendwinger Frederik Hendrik (1629)) hoe het noordelijk deel van de Lage Landen voor Spanje voorgoed verloren ging – en zag zich uiteindelijk (1648) gedwongen te tekenen voor de Vrede van Münster: dat zat hem mooi niet glad. Overigens kennen we hem allemaal dankzij het portret dat Velázquez in 1644 van hem maakte:

 

 

Al met al heeft hij het toch niet slecht gedaan: toen hij in 1665 stierf was het Spaanse Rijk op het toppunt van zijn macht en besloeg het (ondanks het verlies van de noordelijke Nederlanden) meer dan 12 miljoen km² = ± 300x het huidige Nederland (en ± 24x het huidige Spanje). Maar na zijn dood ging het met Spanje al gauw bergafwaarts en in de decennia erna werd Frankrijk de Europese supermacht. Overigens was hij een groot beschermer der kunsten, dus achteraf en na al die jaren mogen we hem best wat lof toezwaaien.

Maar nu Patinõ. Hij kon als jongetje mooi zingen en was o.a. koorknaap in de kathedraal van Sevilla. Behalve als componist werd hij ook beroemd als dirigent en organist. Toen hij in 1625 na drie jaar huwelijk weduwnaar werd hield hij de echtelijke staat voor gezien en werd priester. Helaas ging een groot deel van zijn composities in 1734 verloren bij de grote brand in het Alcázar (het koninklijk paleis) in Madrid en – dubbele pech! – bij de instorting van de bibliotheek in Lissabon door de aardbeving van 1755. Overigens waren veel van zijn werken tot in de 18de eeuw populair in Zuid-Amerika. En gelukkig is er het een en ander behouden gebleven, waaronder dus Veni, Sancte Spiritus: een vrolijke uitnodiging aan de Heilige Geest om – liefst uiteraard op Eerste Pinksterdag – Zich te openbaren.

 

Naar het volgende item