Titelgedicht: Hor che’l ciel

HR | woensdag 1 mei 2019

[bij concerten mei 2019, Monteverdi]

Hor che’l ciel e la terra e’l vento tace et le fere e gli augelli il sonno affrena … [Petrarca]

 

Terwijl hemel en aarde en wind zwijgen
en het wild en de vogels al slapen,
en de nacht zijn sterrenwagen al rondstuurt
en de zee zich te ruste gelegd heeft, rimpelloos,

waak, denk, brand en huil ik; en de aanstichtster
is steeds in mijn hoofd als een zoete kwelling.
In mij is alles oorlog, woede en gram,
en alleen het denken aan haar geeft wat rust.

Zoals slechts uit een heldere stromende bron
het zoet én het zuur opborrelt waar ik op teer,
is er ook maar één hand die mij geneest en kwelt,

en daar mijn marteling nooit op een oever stuit
moet ik duizend maal sterven en herleven,
en mijn redding is eindeloos ver.

 

Naar het volgende item